07-08-2026
Stel je voor: een medewerker vraagt aan zijn manager waarom zijn collega significant meer verdient voor hetzelfde werk. De manager weet het antwoord niet, hij was er nooit bij betrokken. Hij verwijst naar HR. HR zoekt het op, ziet dat het verschil er inderdaad is, en realiseert zich dat de reden jaren geleden ergens in een onderhandeling is begraven.
Dit is geen hypothetisch scenario. Dit gebeurt nu al, op plekken waar salarissen per ongeluk uitlekken of bewust worden gedeeld. Het verschil is dat het straks een formeel recht is om te vragen, en dat jij als werkgever verplicht bent te antwoorden. Binnen twee maanden, schriftelijk, met een onderbouwing.
“We bezien dit in het kader van het totale pakket” is dan geen antwoord meer. Medewerkers zien geen individuele salarissen van collega’s, maar wel het gemiddelde van hun functiegroep. Dat is genoeg om vragen te stellen.
Zodra de wet van kracht is, hebben medewerkers het recht om op te vragen wat het gemiddelde salaris is in hun functiecategorie, uitgesplitst naar geslacht. Ze mogen dat individueel opvragen, maar ook via hun vakbond of de OR. Dit recht geldt alleen als er minimaal drie medewerkers in dezelfde functiecategorie zitten, inclusief de aanvrager zelf. Bij kleinere teams of zeldzame functies kan het verzoek worden afgewezen. Werkgevers zijn ook verplicht medewerkers jaarlijks te informeren dat dit recht bestaat en hoe ze het kunnen uitoefenen.
Wat ze dan zien, is niet per se wat ze denken te zien, maar de interpretatie is aan hen. En als zij concluderen dat er iets niet klopt, mogen ze daarover klagen. Formeel. Met de bewijslast omgekeerd: niet zij moeten bewijzen dat er discriminatie is, jij moet bewijzen dat er geen sprake van is. Dat is een fundamenteel andere positie dan organisaties nu gewend zijn.
De ondernemingsraad krijgt onder de nieuwe wetgeving een formele positie in het pay equity-proces. Formeel introduceert de wet geen nieuwe OR-bevoegdheden: de samenwerking verloopt via het bestaande instemmingsrecht uit de Wet op de Ondernemingsraden. Maar de joint pay assessment, de gezamenlijke beloningsevaluatie die verplicht wordt als een loonverschil van 5% of meer niet binnen zes maanden is opgelost, is in de praktijk wél een nieuwe rol. De OR had tot nu toe geen rol in individuele beloningscases. Dat verandert. De rapportage is een proactieve verplichting: die moet de werkgever zelf publiceren op vaste momenten, ongeacht of medewerkers erom vragen. Het inzagerecht van individuele medewerkers is iets anders, dat geldt op aanvraag.
Maar OR-en hoeven niet te wachten tot er een rapportage ligt. Ze kunnen al eerder vragen stellen, inzage eisen, en het onderwerp agenderen. Organisaties met een actieve OR merken dat nu al: pay equity staat steeds vaker op de agenda, ook zonder wettelijke verplichting.
Als jij als HR geen helder verhaal hebt als de OR vraagt hoe jullie beloningsbeleid in elkaar zit, wordt dat gesprek ongemakkelijk.
Het verschil dat niet onterecht is, maar ook niet uitlegbaar.
Hier zit misschien wel het meest herkenbare knelpunt. Niet elk loonverschil is onterecht. Mensen hebben verschillende achtergronden, zijn op verschillende momenten aangenomen, hebben onderhandeld, zijn doorgegroeid via verschillende paden.
Maar 'het is historisch zo gegroeid' is geen verklaring. En 'hij heeft beter onderhandeld bij indiensttreding' al helemaal niet, dat is straks expliciet geen geldige grond meer.
Als jij het verschil niet kunt uitleggen op basis van objectieve, functiegerelateerde criteria, dan heb je een probleem, ook als je zelf weet dat er geen kwade opzet in het spel was. De wet vraagt niet naar intentie. Ze vraagt naar onderbouwing.
Er zijn organisaties die de wet afwachten voordat ze actie ondernemen. Dat is begrijpelijk: de exacte Nederlandse implementatie is nog niet definitief, en er is veel onduidelijkheid over timing en details.
Maar afwachten heeft een prijs. Want als de wet eenmaal van kracht is, gaan de transparantieverplichtingen meteen in. Salarisranges bij vacatures, inzagerecht voor medewerkers, omgekeerde bewijslast bij geschillen: dat is er vanaf dag één.
Wie dan nog moet beginnen met het op orde brengen van zijn functiehuis, zijn indeling en zijn beloningsbeleid, heeft een achterstand die moeilijk in te halen is terwijl de vragen al binnenkomen.
HR zit hier in een dubbele positie. Je bent degene die de vragen moet beantwoorden, van medewerkers, van managers, van de OR. Maar je bent ook degene die het fundament moet hebben gelegd waarop die antwoorden gebaseerd zijn.
Als dat fundament er nu niet is, of als het bestaat uit een systeem dat niemand meer begrijpt, dan heb je straks een probleem dat je niet alleen kunt oplossen. Dan heb je een structurele aanpak voor pay equity nodig om op te bouwen.
Meer weten? Lees dan het derde deel in onze serie over Pay Equity voor HR: waarom de meeste gangbare aanpakken tekortschieten, en wat er wél nodig is om pay equity structureel aan te kunnen.
Direct het complete plaatje? Download ons whitepaper over Pay Equity.